Partner- en wezenpensioen
Het partner- en wezenpensioen blijft een standaardonderdeel van de pensioenregeling. Er gaat wel wat veranderen. Zo is de hoogte van het partnerpensioen straks niet meer afhankelijk van het aantal gewerkte jaren in dienst van de werkgever.
Wat verandert er voor de werkgever?
- Het nabestaandenpensioen omvat zowel het partner- als het wezenpensioen. Met de nieuwe wet wijzigt de manier waarop de hoogte van het nabestaandenpensioen wordt vastgesteld.
- Het partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum is niet meer afhankelijk van de diensttijd, maar is een percentage van het pensioengevend salaris. Het percentage is maximaal 50%.
- De hoogte van het wezenpensioen wordt berekend als percentage van het pensioengevend salaris. Dat is maximaal 40% voor volle wezen en 20% voor halve wezen. Uitkering hiervan loopt door tot 25 jaar. Of het kind wel/geen studie volgt, is niet meer van invloed op het wezenpensioen.
- Door de wijzigingen wordt het makkelijker om uw regeling uit te leggen aan nieuwe werknemers.
- Deze wijziging gaat uiterlijk 1 januari 2028 in.
Wat verandert er voor de werknemer?
- Samenwonende partners kwamen vaak pas in aanmerking voor nabestaandenpensioen als ze een notarieel samenlevingscontract hadden. Met de nieuwe wet is dit niet meer verplicht en kunnen samenwonende partners onder bepaalde voorwaarden ook aanspraak maken op nabestaandenpensioen. Bijvoorbeeld als zij al meer dan zes maanden samenwonen.
- Een werkgever kan het nabestaandenpensioen alleen op risicobasis verzekeren. Dit betekent dat de achterblijvende partner (en eventuele kinderen) alleen een uitkering ontvangen als de werknemer overlijdt terwijl deze in dienst is. Of al met pensioen. Gaat een werknemer uit dienst? Dan geldt er een verplichte uitloopperiode van drie maanden. De risicodekking loopt dus nog drie maanden door na uitdiensttreding.
- Zoals we al aangaven is het partnerpensioen niet meer afhankelijk van de diensttijd. Dat betekent dat de partner niet meer potentieel ‘de dupe’ wordt van baanwisselingen.
Voorbeeld
Om u een beter beeld te geven van wat deze wijzigingen in de praktijk betekenen, geven we u onderstaand rekenvoorbeeld.
Huidige situatie
| Pensioengrondslag | (salaris -/- franchise) € 35.000,- – €15.583,- = € 19.417,- |
| Dienstjaren | 25 |
| Opbouwpercentage partnerpensioen | 1,313% |
| Opbouwpercentage wezenpensioen | 0,263% |
| Partnerpensioen | 1,313% x 25 x € 19.417,- = € 6.373,63 |
| Wezenpensioen | 0,263% x 25 x € 19.417,- = € 1.276,67 |
Nieuwe situatie
| Pensioengrondslag | (salaris) € 35.000,- |
| Maximum percentage partnerpensioen* | 50% |
| Percentage wezenpensioen | 20% |
| Partnerpensioen | 50% x € 35.000,- = € 17.500,- |
| Wezenpensioen | 20% x € 35.000,- = € 7.000,- |
*Het maximum percentage wordt bepaald door werkgever en werknemer of in een cao-overleg.
Weet u welke verplichtingen u als werkgever heeft rondom het partnerpensioen? Pensioenadviseur Hans Lips schrijft erover in een blog.
Bent u klaar voor de impact van het pensioenakkoord op uw pensioenregeling?
Het pensioenakkoord heeft niet alleen gevolgen voor uw werknemers, maar ook voor u als werkgever. En voor de regeling die u uw medewerkers aanbiedt. De pensioenadviseurs van Zicht kunnen u helpen bij het aanpassen van uw regeling en met goede communicatie hierover naar uw medewerkers. Neem contact met ons op om te bespreken wat wij voor u kunnen doen.
Klanten beoordelen ons
met een 8,8
We regelen het voor u
- Advies op maat
- Persoonlijk contact
- Samen met een adviseur
Aalsmeer
Alkmaar
Apeldoorn
Breda
Breezand
Capelle aan den IJssel
De Bilt
Den Bosch
Dordrecht
Echt
Eindhoven
Enschede
Geleen
Groningen
Haarlem
Heerhugowaard
Heinenoord
Huizen
Maastricht
Oisterwijk
Rijswijk
Roermond
Rotterdam
Sliedrecht
Sneek
Utrecht
Vlijmen
Zevenaar
Onze klanten beoordelen Zicht gemiddeld met een
-
Ja, maar in de praktijk gebeurt het nog wel eens dat bedrijven hun werknemers niet allemaal hebben aangemeld. Bijvoorbeeld omdat de werkzaamheden van het bedrijf zijn veranderd of omdat de bepalingen van een pensioenfonds zijn gewijzigd. Maar ook onbekendheid kan een reden zijn.
-
Heeft u uitbreidingsplannen of gaat u nieuwe diensten aanbieden? Dit zijn soms kleine wijzigingen met een groot gevolg. Misschien valt u als bedrijf na de wijziging wel onder de verplichting van een bedrijfstakpensioenfonds (BPF). Dit brengt verplichtingen en gevolgen met zich mee voor uw pensioenregeling. Ook in een cao kunnen bepalingen staan die van invloed zijn op de pensioenregeling. Bijvoorbeeld over de verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds. Of een BPF op u van toepassing is (de werkingssfeer van een BPF), is vastgelegd in de statuten. Daarin is opgenomen voor welke bedrijfsactiviteiten een werkgever verplicht onder de werkingssfeer van het BPF valt.
-
Ja, als werkgever wordt van u verwacht dat u uw werknemers goed informeert. Dit staat in de Pensioenwet. Deze verplichtstelling tot communiceren richting de werknemers wordt momenteel binnen de overheid nog zwaarder gemaakt.